Terug
IMG_5275.jpeg

Jubilarissen krijgen prominente plek op de Walk of Fame

Twee jaar geleden was het al feest bij de Oldenzaalse Wielerclub (OWC) vanwege het 75-jarig bestaan. Nu is het weer feest omdat maar liefst drie jubilarissen zich zestig jaar geleden als lid bij de vereniging aansloten. Vrienden die niet uitgepraat raken over deze goede, oude tijd. Ze kregen alle drie een stoeptegel die geplaatst wordt op de Walk of Fame bij het clubhuis.

Wendy Eerland |

De jubilarissen zijn Willy Wissink, Tonny Wissink en Hennie Kuiper. Willy begon in 1965 met wielrennen en reed bij Almelo. Hij won glorieus bij de nieuwelingen. De jongens trainden door rondjes te fietsen rond de Mariakerk in Berghuizen. “Op een gegeven moment werden we aangesproken door journalist Toon Hulsman. Hij vroeg of we al een wielerclub hadden,” vertelt Willy. “In die tijd had je een wielerclub in Enschede, Hengelo en Almelo. De OWC hier was een beetje doodgebloed en met hulp van Toon hebben we een doorstart gemaakt. De papieren waren nog in orde. Deze oprichting vond plaats in de Broodkont (het Landhuis) aan de Bentheimerstraat. Bruinsma was de eerste voorzitter en we trainden in een achterzaaltje. Daar deden we gymnastiekoefeningen,” lacht Hennie.

Tonny vertelt kostelijk over de Floraronde die gereden werd door de bloemenbuurt. “Er werden regelmatig wedstrijden georganiseerd. Toen was het nog niet zo druk met verkeer, dus we reden wilde koersen door de wijk. Zo had je ook de Rozenronde door de Rozenstraat.” Willy kan zich nog herinneren dat hij daar een zak pinda’s mee won, die zoek was toen hij hem op ging halen. “Dat waren de prijzen,” lacht hij. Na het winnen van de Ronde van Almelo mocht Hennie zes pakken beschuit in ontvangst nemen. Dat waren nog eens tijden!

Tonny won ooit het Twents Kampioenschap. Willy startte in het beginjaar glorieus bij de nieuwelingen en was veelbelovend. “Hij was heel goed in de sprint,” vertelt Hennie. Willy heeft twee jaar gefietst en kreeg toen een ernstig ongeluk. “Het was in de Omloop van het Zuiden bij Oorschot. Degene voor mij viel waardoor ik er met een salto overheen vloog,” legt hij uit. “Daarbij brak ik mijn ruggenwervel en was het in principe einde verhaal.” Maar hij gaf niet op en vond een andere manier om bij de sport betrokken te kunnen blijven. In 1971 haalde hij zijn diploma Masseur en het masseren heeft hem veel gebracht. Bij ritten in het buitenland kwam hij Hennie weer tegen die vroeg of hij het jaar erop niet bij zijn ploeg wilde werken. Hij was toen ploegleider bij Stuttgart. Hennie Kuiper heeft een enorme wielercarrière achter de rug en is waarschijnlijk één van de bekendste wielrenners van Nederland.

“Op een gegeven moment kregen we een clubhuis bij de Haerstraat. Dat was fijn, want toen hadden we een home. Dankzij een hele goede sponsor; Herman Siers. Er kwam veel meer jeugd. We gingen rondjes rijden om de kartbaan en na afloop op de baan zelf,” vertelt Hennie. “We reden door de hele streek. Oldenzaal, Losser, Overdinkel: bij ieder plaatsnaambordje werd er gesprint.” Later kwamen er trainingsavonden op dinsdag en donderdag. “We hebben de renners beter kunnen opleiden en de club heeft na die tijd veel kampioenen voortgebracht.”

Door het hele land werden wedstrijden georganiseerd, maar het waren andere tijden. De auto was bijvoorbeeld een probleem. Voor de wedstrijden moest er gereisd worden en dat werd makkelijker toen ze Auto Keizer als sponsor kregen. “We reden met twee grote auto’s. De fietsen op het dak en de bagage achterin. De klep ging niet meer dicht.” De mannen vonden het reizen en het avontuur net zo mooi als het fietsen. “Er was nog geen A1 en Limburg en Brabant waren het beloofde land. We moesten dwars door alle dorpjes richting de grote steden.”

Willy kan zich nog goed herinneren dat hij meedeed aan de vijfdaagse op de Veluwe. “Geld voor een hotel had ik niet, dus ik belde de pastoor van het dorp op om te vragen of ik in de kerk kon slapen. Dat was geen probleem. Hij zorgde zelfs voor eten.” Hennie legt uit dat de mensen toen ook niet veel hadden. “De materialen waren slecht. Soms nam iemand spullen mee uit het Westen waardoor we stukje bij beetje de fiets bij elkaar konden kopen. Maar de fietsen zagen er toen echt anders uit dan nu. Ik weet nog dat mijn familie mijn eerste wielershirt heeft gemaakt door van de mouwen van een voetbalshirt te halen en achterop te naaien. Daar was ik heel gelukkig mee!”

“Deze drie heren zijn nog steeds heel waardevol voor de vereniging,” zegt Jaap Hiestand, één van de voorzitters. “We maken graag gebruik van Hennies contacten in de wielerwereld.” De OWC woont tegenwoordig samen met het Twentse Ros, de mountainbikevereniging. Binnenkort wordt hun clubhuis helemaal verbouwd. De club werkt hard aan de toekomst. “We hebben een groeiende jeugdafdeling en ook de tourafdeling sluit zich aan. Dat zijn mensen die voor de lol door de regio rijden.” We kijken uit het raam en zien een grote groep wielrenners staan. “Dat is de Fitte Vutters Fietsclub,” legt Jaap uit. Die fietsen drie keer in de week. De tourafdeling heeft vier tot vijf niveaus. Ze houden geen wedstrijden, maar iedereen kan meefietsen.

Samenwerking is belangrijk voor de vereniging. “Zo gaat een trainer van de OWC af en toe met vijf gastjes op pad die mountainbiken. En de leden van de schaatsvereniging trainen in de zomer op de wielrenfiets. De Zwaluwen uit Almelo komen ook hier.” Volgens Hennie was er vroeger veel meer rivaliteit. “In onze tijd was er een kroegje waar je je om moest kleden en de prijsuitreiking vond ook plaats in de kroeg. De mensen waar je mee fietste kwam je dus veel vaker tegen en zo kon je ook dingen naar elkaar uitspreken. Die saamhorigheid van vroeger is weg.”

Lijkt het je leuk om een keer een kijkje te nemen bij de Oldenzaalse Wielerclub? Stuur dan een mailtje naar voorzitter@owc-oldenzaal.nl.

Wendy Eerland