Terwijl de kantine gezellig vol stroomde met de spelers van de diverse elftallen nam Gerard Tap de voorzitter even apart. “Er moet mij iets van het hart Walter,” sprak hij zachtjes, hoewel er niemand in hun directe omgeving stond. De voorzitter keek hem vragend aan. “Ik heb geaarzeld of ik het moest vertellen maar ik denk dat we een probleem hebben.”
“Volgens mij hebben we er meerdere Gerard,” sprak Walter glimlachend. “Maar problemen zijn er om op te lossen.”
Het serieuze gezicht van Gerard maakte hem echter duidelijk dat er echt iets aan de hand was. “Vertel Gerard.”
“Ik heb geconstateerd dat we de laatste tijd steeds met kleine diefstallen te maken hebben in de kantine en de keuken.” Verbaasd keek Walter de chef kantine aan.
“Wat bedoel je precies Gerard?” “Precies wat ik zeg: kleine diefstallen. Van kleine hoeveelheden flessen tot kleine bedragen uit de kassa.”
Walter keek de kantine rond en zag dat vrijwel iedereen geboeid naar het grote scherm keek. “Kunnen het niet gewoon wat slordigheden van de kantinemedewerkers zijn? Het zijn immers allemaal vrijwilligers die soms onder grote druk moeten werken. En dan kan er natuurlijk wel eens een foutje gemaakt worden.”
Gerard wees die mogelijkheid echter resoluut van de hand.
“Onmogelijk! Het is te vaak gebeurd. Aanvankelijk hield ik ook rekening met die mogelijkheid, maar het komt te vaak voor.” Walter liet die woorden op zich inwerken.
Er klonk een luid gejuich in de kantine. Twente was op voorsprong gekomen tegen PSV.
“Goed dat je het me verteld hebt Gerard.” “Moeten we de politie informeren?” vroeg de kantinebaas. Walter schudde zijn hoofd. “Laten we daar nog even mee wachten. Ik leg de situatie eerst voor in het bestuur en kom er dan op terug.”
Gerard was duidelijk blij dat de verantwoordelijkheid van zijn schouders was gevallen en dat deze nu elders lag. Samen wandelden zij naar de bar, bestelden een biertje en verlegden hun aandacht naar de wedstrijd waar het nog steeds 1-0 voor Twente stond. Juist toen Walter op een niet bezette barkruk wilde plaatsnemen werd hij op zijn schouders getikt. “Loop even met me mee.” Kees Kist liep al richting bestuurskamer. Walter volgde met nog een snelle blik naar het scherm en hoopte dat er niet weer een probleem ergens opdook.
“What’s wrong Kees?” vroeg hij toen hij de deur van de bestuurskamer achter zich sloot.
“Ik zit in dubio,” antwoordde de voorzitter van de sponsorcommissie en hoofd voetbalzaken.
Hij nam een slok van zijn meegenomen Cola en vervolgde:
“Aldo weigert de zoon van onze hoofdsponsor als eerste doelman op te stellen. Frank Bleeker is voor onze trainer nog steeds zijn eerste keus.”
“Maar dat is toch ook zijn taak? Een trainer besluit altijd het beste elftal de wei in te sturen, lijkt mij.”
Kees Kast keek zijn voorzitter begripvol aan.
“Helemaal mee eens. Maar ja, we hebben ook te maken met een sponsor die ook hoofdsponsor is van onze vereniging. Dus belangrijk!”
Walter reageerde enigszins geïrriteerd. “Die zaken moeten gescheiden blijven Kees, dat weet iedereen.” “In de bebouwde kom mag je niet sneller dan 50 km rijden, dat weet ook iedereen. En toch…..” Walter kon een glimlach niet onderdrukken na die vergelijking van Kees. “Maar het kan toch niet zo zijn dat wij onze trainer passeren en hem vertellen dat Lars Haanstra de eerste doelman moet worden vanwege het simpele feit dat hij de zoon is van onze hoofdsponsor?”
Het was duidelijk dat dit geen onderwerp van discussie mocht zijn.
Kees Kast moest dit wel beamen. “Dat zou inderdaad het toppunt van stupiditeit zijn.”
“Precies. Discussie dus gesloten,” sprak Walter.
Kees was even stil en dacht na. “Oké, ik ga wel met Haanstra praten en zal hem de situatie uitleggen.” Reageerde hij op de laatste woorden van Walter.
Walter keek hem aan. “Laten we dat samen doen, dan ziet Jacques in ieder geval dat we het heel serieus opnemen.” “Goed voorstel, bedankt Walter!”. Kees keek zijn voorzitter opgelucht aan. Terwijl Walter naar de deur liep zei Kees: “Onze trainer heeft nog wel iets anders aan zijn hoofd.” Walter liet de deur nog even dicht, draaide zich om en keek Kees vragend aan. “Sjoerd Visser, onze spits.”
“Ja, Sjoerd die bij Twente niet echt doorgebroken is terwijl hij wel steeds als supertalent werd aangemerkt maar uiteindelijk bij ons is teruggekeerd.”
Walter wist dat Sjoerd in de jongste jeugd bij Groen Geel had gespeeld, als talent naar het grote Twente was vertrokken en nu dus weer teruggekeerd.
Trots sprak Walter: “Geroken aan het topvoetbal, helaas niet geslaagd maar nu wel weer bij zijn oude cluppie. Prachtig toch?”
Hij keek Kees aan. “Daar is toch niets mis mee?”
“Nee,” antwoordde Kees, “maar Aldo maakt zich zorgen. Hij merkt dat de motivatie van Sjoerd niet meer altijd 100% is. Hij begint ook af en toe trainingen te missen. En iedereen weet dat wat spelinzicht en techniek betreft, Sjoerd ver boven de anderen uitsteekt.”
Kees pauzeerde even en keek Walter aan. Die reageerde echter niet en bleef zijn ogen op Kees gericht houden. “Maar Aldo maakt zich het meeste zorgen over de kringen waarin Sjoerd zich waarschijnlijk begeeft.” Nu veranderde het gezicht in een groot vraagteken. “Het criminele circuit, bedoel je?” “Bijvoorbeeld. Of de drugswereld.”
“Dat lijken mij dezelfde werelden,” sprak Walter.
Er viel een stilte tussen de beide mannen. Kees doorbrak deze en zei:
“Die jongen is 26 jaar, woont alleen, in Enschede, zijn ouders zijn vorig jaar kort na elkaar gestorven, en hij heeft kennelijk geen echte vrienden of vriendinnen. Wat denk je dat er dan kan gebeuren?” “Waar werkt hij?” vroeg Walter. “Dat maakt het nog lastiger,” antwoordde Kees. “Nergens” “Ook dat nog,” reageerde de voorzitter met een diepe zucht.
Hij liet de informatie rustig op zich inwerken om te voorkomen dat in een impuls de verkeerde reactie gegeven zou worden. Een aloude wijsheid om in moeilijke situaties eerst even tot tien te tellen alvorens beslissingen te nemen, hield Walter graag in ere. “We hebben een paar leuke uitdagingen de komende tijd Kees,” en hij vertelde over zijn gesprek met Gerard Tap.
De reactie van Kees was kort en bondig: “shit!” Op dat moment werd de deur van de bestuurskamer geopend en liep Gerda Golden naar binnen. De secretaris van de vereniging zag er bleek uit en haar ogen waren vochtig, alsof ze zojuist flink gehuild had. Walter en Kees keken haar verbaasd en ongerust aan. En daarna elkaar, met een blik van “toch niet nog een probleem”?
Gerda zuchtte diep en zei toen: “ik moet echt m’n hart even bij jullie luchten.”