Terug
Glimlach week 43 Jan v.d. Meulen.jpg
Gemeente

HET DILEMMA

Na het goed ontvangen spannende verhaal “Het Gesprek” geschreven door Jan van der Meulen, eerder geplaatst in De Glimlach, starten we nu met een nieuw spannend psychologisch verhaal van dezelfde auteur. In meerdere afleveringen beschrijft hij de dramatische gebeurtenissen bij een Oldenzaalse voetbalvereniging. En met een verrassende afloop!

Jan van der Meulen |


Het gejoel vanaf het trainingsveld klonk door in de kantine. Gerard keek van achter het raam met een grijns naar de jongens van het eerste elftal die met de afsluiting van de donderdagavond training bezig waren. 
Als “chef kantine” werd hij door iedereen binnen de vereniging op handen gedragen, zeker ook door de jongens van het eerste.  
Over een klein half uur zouden ze allemaal binnen druppelen en met elkaar op het grote scherm de bekerwedstrijd Twente tegen PSV bekijken.
Die wedstrijd begon om 21 uur en dat hield in dat ze het eerste kwartier  zouden missen.
Gerard blikte nog eens naar buiten en constateerde dat de training afgelopen was. De spelers verlieten dollend met elkaar het trainingsveld richting kleedkamer.
Op het zelfde moment kwamen er drie mannen en een vrouw vanuit de bestuurskamer de kantine binnen wandelen.
“Ah heren en dame, is het bestuur uitgekletst,” riep Gerard vrolijk, terwijl hij van het raam wegliep naar de bar.
‘Gelukkig wel,” antwoordde één van hen. “Na 2 uur dom ouwehoeren zijn we wel toe aan een biertje.”
“Nou, als de voorzitter zoiets zegt, dan weet je wel hoe laat het is.”
Wil Warmerink, de penningmeester, kijkt zijn voorzitter lachend aan
“Inderdaad, nooit te vroeg voor wat gezelligheid,” reageerde Walter de Jager, inmiddels 5 jaar voorzitter van voetbalvereniging Geel Groen in Oldenzaal.
De twee overige leden van het Dagelijks Bestuur, Gerda Golden en Kees Kort hadden al plaatsgenomen aan de bar. Gerda, de secretaris, nam zoals gewoonlijk geen alcohol maar bestelde een Rivella. 
Kees Kort, oud eerste elftal speler, en binnen het bestuur verantwoordelijk voor de voetbaltechnische zaken, had zijn biertje al te pakken. Wel alcoholvrij, want hij was direct vanuit zijn werk met de auto naar de vereniging gereden. Voor hem was één ding helder: met de auto, geen alcohol. Met zijn biertje in de hand liep hij terug naar de bestuurskamer waar hij Aldo Baan had uitgenodigd voor een kort gesprek.
Wil Warmerink keek tevreden de kantine rond en constateerde dat deze er prima uitzag. Modern meubilair, verlaagd plafond, een aparte hoek voor spelletjes voor de jeugd. Veel groene en gele kleuren aan de wanden,  met foto’s van de diverse teams en uiteraard de prijzenkast met een keur aan mooie bekers. Op het grote scherm was Twente al begonnen. Gerard zag de tevreden blik van Wil. “Het gaat niet slecht hé met ons cluppie?”
Wil knikte instemmend en sprak glimlachend: “We mogen niet klagen Gerard. En de kantineopbrengsten spelen daar een belangrijke rol bij.”
Een compliment voor Gerard dat bij hem altijd in goede aarde viel.
“Ik doe mijn best, samen met de andere vrijwilligers. Want wat zou een vereniging zijn zonder vrijwilligers?”
“Terechte opmerking Gerard. Vrijwilligers zijn goud waard.”
“Net als onze sponsoren,” reageerde Gerard.
“Je hebt opnieuw gelijk.”  Wil nam glimlachend een paar slokken van zijn biertje en dacht terug aan het begin van het seizoen, nu een paar maanden geleden.
De onderhandelingen over het hoofdsponsorschap hadden geleid tot een bijzonder lucratieve deal voor Geel Groen.
De hele vereniging zou ervan profiteren en niet in de laatste plaats ook het vlaggenschip, het eerste elftal.
Tal van uitingen met de naam van de sponsor waren zichtbaar in de kantine, op de website en langs het veld. En het eerste elftal speelde in shirts met daarop de naam van het opleidingsbureau vermeld.
Jacques Haanstra was de oprichter en directeur van het in Oldenzaal gevestigde, maar landelijk opererende bedrijf met de veelzeggende naam: “Altijd Beter”. De zoon van Haanstra, Lars, zat bij de selectie van het eerste elftal  en was reserve doelman. Dit tot groot ongenoegen van zijn vader. Haanstra was er klaarblijkelijk van uit gegaan dat het hoofdsponsorschap eveneens zou leiden tot een basisplaats voor zijn zoon. Kees Kast, die naast de voetbaltechnische zaken ook coördinator van de sponsorcommissie was, had tegen beter weten in, tijdens de bestuursvergadering deze avond, Aldo Baan gewezen op de rol en het belang van de hoofdsponsor voor de vereniging. En daar had hij de trainer nu nog een keer voor uitgenodigd om te lijken of ze er uit konden komen. Maar de trainer van het eerste elftal had opnieuw verontwaardigd gereageerd. “De beste man staat in het doel. En dat is nog steeds Frank Groot.”  Kees begreep dat aandringen zinloos was.
“En verder wil ik er helemaal geen tijd meer aan besteden,” sprak Aldo nog.
Aldo was weggelopen, maar had zich plotseling omgedraaid: “Ik heb al genoeg gezeik met onze spits Sjoerd, dus die bemoeial van een sponsor kan ik missen als kiespijn.”
Een wegwerpgebaar onderstreepte zijn woorden.

Kees was geschrokken van de heftigheid waarmee de trainer zijn woorden had uitgesproken, maar had geen idee wat hij bedoelde. En Kees kon ook niet weten dat Gerard op dat moment in een rustig hoekje van de kantine een heel ander probleem aansneed bij voorzitter Walter de Jager………  

Het Dillema (deel 2)

Het Dillema (deel 2)

Terwijl de kantine gezellig vol stroomde met de spelers van de diverse elftallen nam Gerard Tap de voorzitter even apart. “Er moet mij iets van het hart Walter,” sprak hij zachtjes, hoewel er niemand in hun directe omgeving stond. De voorzitter keek hem vragend aan. “Ik heb geaarzeld of ik het moest vertellen maar ik denk dat we een probleem hebben.”
“Volgens mij hebben we er meerdere Gerard,” sprak Walter glimlachend. “Maar problemen zijn er om op te lossen.”
Het serieuze gezicht van Gerard maakte hem echter duidelijk dat er echt iets aan de hand was.  “Vertel Gerard.”
“Ik heb geconstateerd dat we de laatste tijd steeds  met kleine diefstallen te maken hebben in de kantine en de keuken.” Verbaasd keek Walter de chef kantine aan.
“Wat bedoel je precies Gerard?” “Precies wat ik zeg: kleine diefstallen. Van kleine hoeveelheden flessen tot kleine bedragen uit de kassa.”
Walter keek de kantine rond en zag dat vrijwel iedereen geboeid naar het grote scherm keek.  “Kunnen het niet gewoon wat slordigheden van de kantinemedewerkers zijn? Het zijn immers allemaal vrijwilligers die soms onder grote druk moeten werken. En dan kan er natuurlijk wel eens een foutje gemaakt worden.”
Gerard wees die mogelijkheid echter resoluut van de hand. 
“Onmogelijk! Het is te vaak gebeurd. Aanvankelijk hield ik ook rekening met die mogelijkheid, maar het komt te vaak voor.” Walter liet die woorden op zich inwerken.
Er klonk een luid gejuich in de kantine. Twente was op voorsprong gekomen tegen PSV.
“Goed dat je het me verteld hebt Gerard.”  “Moeten we de politie informeren?” vroeg de kantinebaas. Walter schudde zijn hoofd. “Laten we daar nog even mee wachten. Ik leg de situatie eerst voor in het bestuur en kom er dan op terug.”
Gerard was duidelijk blij dat de verantwoordelijkheid van zijn schouders was gevallen en dat deze nu elders lag. Samen wandelden zij naar de bar, bestelden een biertje en verlegden hun aandacht naar de wedstrijd waar het nog steeds 1-0 voor Twente stond. Juist toen Walter op een niet bezette barkruk wilde plaatsnemen werd hij op zijn schouders getikt.  “Loop even met me mee.”  Kees Kist liep al richting bestuurskamer. Walter volgde met nog een snelle blik naar het scherm en hoopte dat er niet weer een probleem ergens opdook.
“What’s wrong Kees?” vroeg hij toen hij de deur van de bestuurskamer achter zich sloot.
“Ik zit in dubio,” antwoordde de voorzitter van de sponsorcommissie en hoofd voetbalzaken.
Hij nam een slok van zijn meegenomen Cola en vervolgde:
“Aldo weigert de zoon van onze hoofdsponsor als eerste doelman op te stellen. Frank Bleeker is voor onze trainer nog steeds zijn eerste keus.”
“Maar dat is toch ook zijn taak? Een trainer besluit altijd het beste elftal de wei in te sturen, lijkt mij.”
Kees Kast keek zijn voorzitter begripvol aan.
“Helemaal mee eens. Maar ja, we hebben ook te maken met een sponsor die ook hoofdsponsor is van onze vereniging. Dus belangrijk!”
Walter reageerde enigszins geïrriteerd. “Die zaken moeten gescheiden blijven Kees, dat weet iedereen.” “In de bebouwde kom mag je niet sneller dan 50 km rijden, dat weet ook iedereen. En toch…..” Walter kon een glimlach niet onderdrukken na die vergelijking van Kees. “Maar het kan toch niet zo zijn dat wij onze trainer passeren en hem vertellen dat Lars Haanstra de eerste doelman moet worden  vanwege het simpele feit dat hij de zoon is van onze hoofdsponsor?”
Het was duidelijk dat dit geen onderwerp van discussie mocht zijn.
Kees Kast moest dit wel beamen. “Dat zou inderdaad het toppunt van stupiditeit zijn.”
“Precies. Discussie dus gesloten,” sprak Walter.
Kees was even stil en dacht na.  “Oké, ik ga wel met Haanstra praten en zal hem de situatie uitleggen.” Reageerde hij op de laatste woorden van Walter.
Walter keek hem aan. “Laten we dat samen doen, dan ziet Jacques in ieder geval dat we het heel serieus opnemen.” “Goed voorstel, bedankt Walter!”.  Kees keek zijn voorzitter opgelucht aan. Terwijl Walter naar de deur liep zei Kees: “Onze trainer heeft nog wel iets anders aan zijn hoofd.” Walter liet de deur nog even dicht, draaide zich om en keek Kees vragend aan. “Sjoerd Visser, onze spits.”
“Ja, Sjoerd die bij Twente niet echt doorgebroken is terwijl hij wel steeds als supertalent werd aangemerkt maar uiteindelijk bij ons is teruggekeerd.”
Walter wist dat Sjoerd in de jongste jeugd bij Groen Geel had gespeeld, als talent naar het grote Twente was vertrokken en nu dus weer teruggekeerd.
Trots sprak Walter: “Geroken aan het topvoetbal, helaas niet geslaagd maar nu wel weer bij zijn oude cluppie. Prachtig toch?”
Hij keek Kees aan. “Daar is toch niets mis mee?”
“Nee,” antwoordde Kees, “maar Aldo maakt zich zorgen. Hij merkt dat de motivatie van Sjoerd niet meer altijd 100% is. Hij begint ook af en toe trainingen te missen. En iedereen weet dat wat spelinzicht en techniek betreft, Sjoerd ver boven de anderen uitsteekt.”
Kees pauzeerde even en keek Walter aan. Die reageerde echter niet en bleef zijn ogen op Kees gericht houden. “Maar Aldo maakt zich het meeste zorgen  over de kringen waarin  Sjoerd zich waarschijnlijk begeeft.” Nu veranderde het gezicht in een groot vraagteken. “Het criminele circuit, bedoel je?” “Bijvoorbeeld. Of de drugswereld.”
“Dat lijken mij dezelfde werelden,” sprak Walter.
Er viel een stilte tussen de beide mannen. Kees doorbrak deze en zei:
“Die jongen is 26 jaar, woont alleen, in Enschede, zijn ouders zijn vorig jaar kort na elkaar gestorven, en hij heeft kennelijk geen echte vrienden of vriendinnen. Wat denk je dat er dan kan gebeuren?” “Waar werkt hij?” vroeg Walter. “Dat maakt het nog lastiger,” antwoordde Kees. “Nergens” “Ook dat nog,” reageerde de voorzitter met een diepe zucht.
Hij liet de informatie rustig op zich inwerken om te voorkomen dat in een impuls de verkeerde reactie gegeven zou worden. Een aloude wijsheid om in moeilijke situaties eerst even tot tien te tellen alvorens beslissingen te nemen, hield Walter graag in ere. “We hebben een paar leuke uitdagingen de komende tijd Kees,” en hij vertelde over zijn gesprek met Gerard Tap.
De reactie van Kees was kort en bondig: “shit!” Op dat moment werd de deur van de bestuurskamer geopend en liep Gerda Golden naar binnen. De secretaris van de vereniging zag er bleek uit en haar ogen waren vochtig, alsof ze zojuist flink gehuild had. Walter en Kees keken haar verbaasd en ongerust aan. En daarna elkaar, met een blik van “toch niet nog een probleem”?
Gerda zuchtte diep en zei toen: “ik moet echt m’n hart even bij jullie luchten.”