Terug
IMG_8066.JPG

Hilarische acts zorgen voor fantastische sfeer op Kadolstergala

“Welkom carnavalsvierders uit de hele regio,” schalt het door de luidspreker. “Fijn dat jullie de weg naar Oldenzaal gevonden hebben.” De zaal zit vol mensen in smokings en prachtige jurken. De wijn stroomt rijkelijk en het orkest begint te spelen. De start van een fenomenale avond!

Wendy Eerland |
IMG_8070.jpeg
IMG_8065.jpeg
IMG_8061.jpeg
IMG_8064.jpeg
IMG_8053.jpeg
IMG_8034.JPG
IMG_8038.jpeg
IMG_8036.jpeg
IMG_8042.jpeg
IMG_8041.jpeg

Er zijn veel hoogheden van andere verenigingen uit de omgeving aanwezig bij deze première van het Kadolstergala 2026. Om te beginnen wordt er even stilgestaan bij het recente overlijden van Jan Raeke, de Heer van Appel tot Peer, die alle jaren volwaardig lid is geweest. Daarna is het tijd voor de optredens in de tempel. “De galacommissie is er druk mee geweest. En de artiesten doen het geheel vrijwillig, dus wees gul met het applaus!” De avond start met het openingsnummer ‘Het is carnaval baby’, gezongen door Doreen. De sfeer zit er direct lekker in. ‘Spring es lekker oet de band’, zingt ze en de schaars geklede danseressen hebben goede moves.

Dan is de beurt aan Erwin Iepma als Gerard van de Glindestraat. ‘Het busje komt zo’, wordt er gezongen door zijn compagnon onder begeleiding van de gitaar, want Gerard is buschauffeur geworden. “Mijn hoogtepunt als buutreedner heb ik bereikt door mijn vertrek naar de Pimpelmezen. Toch heb ik besloten een artistieke stap terug te doen naar de Kadolstermennekes,” grapt hij. In groepjes stapt heel politiek Oldenzaal in zijn bus en uiteraard valt er over iedereen iets te zeggen. Als de burgemeester instapt, zegt hij: “Welman strijdt tegen drugs, criminaliteit én kerstbingo’s.” De hele zaal gaat plat. Ook moet hij de Oetblazers met de bus naar De Lutte brengen, maar dat duurt lang wegens incontinentieproblemen. Doordat hij zo vaak moet stoppen, doen ze er twee uur over naar De Lutte. “De toekomstvisie van Oldenzaal heeft ook heel wat teweeggebracht,” vertelt Gerard. “Eigenlijk moeten we De Lutte bij Noord-Oldenzaal trekken, want het ligt ook wel heel ongelukkig naast de A1 en het spoor dat langs het dorp loopt. Gewoon oppakken en aanplakken. Dat hebben we eerder gedaan met Berghuizen, dus hoe moeilijk kan het zijn.”

Dan lopen Juliette en Robyn het podium op; twee knappe dames in glitterjurken die op zoek zijn naar een leuke, lieve, grappige man zonder dikke buik. Ze zingen het lied ‘Zijn er nog keals’ en klinken als nachtegaaltjes, maar de spoeling blijkt dun.

Twee dames van de Blaanke Boeskeulkes verschijnen daarna ten tonele in jungle outfit. Ze turen door hun verrekijkers en weten uiteindelijk de hele ‘Dik Five’ van de Kadolstermennekes op te sporen. Vorst Valties is de blanke neushoorn wiens vrouw net een kalfje van 6,5 kilo heeft gekregen. Tom Linders mag de panda van de Ootmarsumsestraat zijn, die beschermd wordt door zijn neef, die tevens zijn manager is. En Bas Wolters is het glimmende middelpunt van Oldenzaal op Google Maps. Ter afsluiting van de act zien we foto’s van de mannen als dier. Ze hebben het wel heel grappig bedacht. Desiree Nijhof heeft zelf een nummer geschreven om stil te staan bij alle mensen die er dit jaar niet meer bij zijn met carnaval. Het is heel mooi verwoord. “Een lach en een traan, dat is ook carnaval.”

Als ze het podium heeft verlaten, klinkt muziek van Star Wars. In een dikke mist komen er drie aliens in strakke zilveren pakjes het toneel op. Ze dragen een strakke badmuts met grappige oortjes en zien er hilarisch uit. Als ze beginnen te praten, klinken er hoge stemmetjes die onverstaanbare klanken uitstoten. Ze hebben de lachers direct op hun hand. Gelukkig kan de Boeskool Translate ingezet worden, zodat er in ieder geval iets zinnigs uitkomt. Deze Backspaceboys komen van de planeet Riba. “We hebben straks een liedje en we moesten een woord hebben dat lekker rijmt,” legt Ricky Stardust uit. “Ons ruimteschip doet het niet meer. De accu leeg, een beetje dom. Niet opgeladen; dat is stom. Maar hier moet een enorm energieveld zijn.” Ze hebben er wel een laadpaal voor nodig. Met een energie detectieapparaat lopen ze door de zaal. Bij Prins Maus stoppen ze. Ze hebben zijn staf nodig. “Gelukkig is de redder hier, op de planeet van plezier.” Bruno Mars grist hem uit zijn hand en loopt het podium op. De staf wekt de energie op en als ze klaar zijn, breken ze hem doormidden. Iedereen is ontzet, maar het doet hen niets. “Wij gaan naar Riba!” En ze beginnen te zingen. In de pauze kan iedereen even bijkomen van deze hilarische act ‘Rick en Roll’. De hoogheid van de Bosduvelkes uit De Lutte blijkt naast ons aan tafel te zitten en hij had wel kunnen lachen om de grappen van Erwin Iepma.

“En dan is het nu tijd voor de winnaars van het Oldenzaals Carnavalslied 2026!” Er verschijnt een bonte groep op het podium. Volgens mij is zelfs de Nachtburgemeester van de partij. Het dak gaat eraf en iedereen gaat staan. Wat een geweldige sfeer.

 “In 2019 was hij hier al, op zijn Solex door het Gammelkerstraatje: Eddy uit Saasveld!” Een oudere man stapt het podium op. “Ah, mijn vloeibare vriend is er ook,” zegt hij. Op een tafel staat een flesje bier. “Zegt hij plop, dan drink ik hem op. Ik ben ooit gestopt met bier drinken, maar dat waren de ergste twintig minuten uit mijn leven.” In de zesde klas van de lagere school kreeg hij seksuele voorlichting. “Ook nog eens van de pastoor. Die hield er bijzondere ideeën op na. Je gaat toch ook geen vijftien minuten staan claxonneren voordat je de garage in rijdt.” Ook over de LHBTQ-beweging heeft hij zijn bedenkingen. “Als je vroeger in het verkeerde lichaam zat, noemde je dat gewoon vreemdgaan.” Wanneer zijn flesje bier leeg is, wordt er direct een nieuwe neergezet. “Mijn buut mag niet meer dan twee halve liters duren, dus ik moet een beetje kalm aan doen.” Zijn gedachten gaan terug naar vroeger. “Dan moesten we bidden voor het eten. ‘Ik knijp mijn handjes samen, ik doe mijn oogjes dicht. Ik hoop dat mijn gehaktbal er nog ligt.’ Meestal was hij vort,” zegt hij met een beteuterd gezicht. Over de bejaarde medemens is hij niet bijster positief. “Ze drammen altijd over het weer en lachen nooit meer om iets geks. En ze doen niet aan seks.” Van dat laatste heeft hij zelf gelukkig geen last, want hij doet aan Olympische seks: één keer in de vier jaar. Dit is toch wel één van mijn favorieten van de avond.

Bert(us) Kasteel vindt zichzelf geen buutreedner: hij komt een workshop geven. Hij woont in Weerselo, maar komt uit Oldenzaal en zijn manager (tevens vrouw) is goed voor zijn carnavals carrière. Verder lijkt ze voor weinig dingen goed, wat hij in de curves van zijn grafieken tijdens de workshop laat zien. Het gaat natuurlijk niet alleen over zijn vrouw, maar over vrouwen in het algemeen. Gelukkig is het verhaal niet autobiografisch. Anders zag ik deze relatie somber in. In zijn ogen is er één moment in het leven waarop een man volkomen gelukkig is; als hij een biertje drinkt en naar buiten staart. De emotie van de kerel staat centraal. Ik vond hem weinig origineel, maar smaken verschillen.

Dan volgt een prachtige dansperformance met achtergrondbeelden op de muziek van Michael Jackson. Je blijft kijken. De mooie belichting en de energie die de groep uitstraalt zorgt ervoor dat ik zelf ook zin krijg om te dansen.

Mathilde Geerds staat als laatste buutreedner op het podium. Ze is veertig jaar getrouwd met Gait en waar Bertus veel te klagen had over zijn vrouw, heeft zij problemen met haar man. “Maar omdat de stroom duurder wordt ben ik toch overgestapt van mijn vibrator op Gait,” legt ze uit. “Laatst vroeg hij waarom ik een bh aandeed, want ik heb toch niks. Jij trekt toch ook je onderbroek aan, zei ik toen.” En zo kabbelt het een beetje door. “Minder mooie vrouwen kunnen zich mooier maken met make-up; minder mooie mannen zetten een steek op.” Voor hun trouwdag zijn ze pas uit eten geweest bij de Smokkelaar. “Barrie zat te krabben. Heb je ook eczeem, vroeg ik hem. Als het niet op de kaart staat, hebben we het niet, antwoordde hij.”

Dan is het tijd voor het slotlied met de Stadsprins en daarna sluit Martin Ankoné de avond met het lied ‘Griezen Toarn’. De klok geeft inmiddels half twaalf aan en de sfeer is fantastisch. Veel mensen duiken nog even het voorcafé in om de avond een beetje te rekken. Het was mijn eerste gala en ik vond het heel bijzonder om een keer mee te maken. Ik ben niet zo carnavalesk aangelegd, maar dit gala heeft zeker een positieve indruk achtergelaten.

Wendy Eerland