Terug

Deel 4

Jan van der Meulen |

De bestuursvergadering stond deze maandagavond voor een groot deel in het teken van de inbraken in het clubhuis. Vanwege ziekte en werkzaamheden konden twee leden niet aanwezig zijn. Voorzitter Walter de Jager, Gerda Golden en Gerard Tap zaten rondom de ovale tafel in de bestuurskamer. Kees Kast zou proberen later nog aan te schuiven.
Na de notulen van de vorige vergadering te hebben doorgenomen en de actielijst afgehandeld te hebben, besloot Walter het onderwerp  “inbraken” te bespreken.
“Wat weten we nu precies van die inbraken?”
“Ze vinden altijd in het weekend plaats,” antwoordde Gerard. “En ze nemen altijd drank en geld mee.” Walter keek het hoofd van de kantine aan en wachtte op meer informatie. Maar Gerard deed er verder het zwijgen toe. 
“Je hebt het over “ze, maar het kan toch ook om één persoon gaan?” vroeg Walter.
Gerard reageerde direct. “O ja, natuurlijk, het was meer een gewoonte om te spreken in meervoud.” “En dan heb je natuurlijk ook nog de vraag of het om een man of vrouw gaat?” bracht Gerda in. Verbaasd keek Gerard haar aan. 
“Tsja, formeel heb je gelijk, maar ik ga ervan uit dat het één of meerdere mannen zijn geweest.”. Maar hij moest toegeven dat hij dat natuurlijk niet kon bewijzen.
“Zeker een vooroordeel dat vrouwen geen inbrekers kunnen zijn  Gerard?’, vroeg Walter glimlachend. En hij vervolgde: “Pas op met vooroordelen, want dat zijn de argumenten der dwazen.” Nu keken Gerda en Gerard hun voorzitter verwonderd aan.
“Ach laat maar. Het is een citaat van de filosoof Voltaire. En die gebruik ik af en toe  bij discussies waar emotionele argumenten worden gebruikt.”
Er viel even een stilte die werd verbroken door Gerard. “Zullen we ons nu weer richten op de inbraken in plaats van een college filosofie te starten?” Glimlachend ging zijn blik naar Walter en Gerda. “We doen eerst even een rondje koffie en dan bespreken we wat we gaan doen.”  Helemaal  eens Gerard,” sprak Gerda
Terwijl de koffiekan rondging, dacht Walter aan de opmerking van Jacques Haanstra, de hoofdsponsor die kennelijk op de hoogte was van de inbraken. Wonderlijk.
“Hoe kan het zijn dat onze hoofdsponsor op de hoogte is van de inbraken in ons clubhuis?’ vroeg hij toen de koffie was ingeschonken.
“Wat bedoel je, dat kan hij toch niet weten, niemand weet het nog, behalve wij, toch?” De stem van Gerda klonk feller dan normaal terwijl zij ook bij het gesprek zat waar Haanstra dat aangaf.  Walter keek haar aan en zag de emotie op haar gezicht. Ze zit er echt mee, dacht hij. Intussen hield Gerard nog zijn mond en schoof wat op zijn stoel heen en weer.
“Eh……..,” hij wachtte even, nam een slok koffie  en zei toen met een rood aanlopend hoofd: “sorry, dat ben ik geweest.”
Verbaasd keken Gerda en Walter hem aan.
“Haanstra was een paar weken geleden in de kantine en ik raakte met hem aan de praat. Hij vroeg mij hoe het met de kantine ging, welke producten het meest verkocht werden en of wij al een stijging zagen in de non-alcoholische dranken.”
Hier pauzeerde Gerard een moment.
“Het was een plezierig gesprek en ik vond het leuk dat hij oprechte belangstelling toonde voor onze vereniging. In dit geval dus de kantine. Toen hij informeerde naar de kantineopbrengsten heb ik in een vlaag van onnadenkendheid gesproken over die inbraken.”
Gerard keek beteuterd en wachtte gespannen de reactie van Walter en Gerda af.
“Dat was inderdaad niet zo slim Gerard, echter het is natuurlijk ook geen ramp. Maar dan moet Haanstra het natuurlijk niet aan de grote klok gaan hangen.” 
Walter klonk mild en was realistisch met zijn reactie.  Gerard Tap leek opgelucht.
Ook Gerda leek het verder niet zo belangrijk te vinden. “We weten nu in ieder geval waar die opmerking vandaan kwam.” Gerard knikte deemoedig.
Walter was blij dat Gerda de problemen niet groter maakte dan ze waren. Haar privé-situatie met haar zoon hield haar al meer dan genoeg bezig.
“Maar weer even recapituleren,” sprak de voorzitter. “Er worden de laatste maanden inbraken gepleegd in ons clubhuis. Steeds in het weekeinde en de buit bestaat uit geld en drank.” “En er zijn nauwelijks of geen vernielingen,” vulde Gerard aan. “Moeten we de politie informeren?” 
“Lijkt me nu nog te vroeg. Misschien kunnen we zelf iets bedenken,” reageerde Walter.
“Goed idee,” ondersteunde Gerda het voorstel van de voorzitter. “Maar wat?”
Op dat moment werd de deur geopend en kwam Aldo Baan binnen. De trainer met zijn blonde krullenkop keek rond en zag dat Kees niet aanwezig was .
“Vertel Aldo,”. De voorzitter keek hem vragend aan.
“Sorry dat ik zo binnenval, maar ik maak me steeds grotere zorgen over Sjoerd. Hij glijdt steeds verder af , ben ik bang. Hij moet verdomme wat vastigheid en structuur in zijn leven krijgen.”  Hij zuchtte diep en haalde zijn hand door zijn krullen.
“Kunnen jullie niet zorgen dat hij ergens een baan krijgt?”
Iedereen liet de woorden van Aldo op zich inwerken.
“Dat zou hem zeker helpen,” antwoordde Gerda en met haar sociale karakter leefde zij helemaal mee met Sjoerd. Maar ook met de hulpvraag van de trainer.
Opnieuw had Walter respect voor haar, wetende hoe zij zelf met de situatie van haar Stef worstelde. “Je zou dan iemand moeten vinden die een sociaal hart heeft, een zwak heeft voor onze vereniging en de financiële mogelijkheden bezit om te helpen.” Walter benoemde exact wat nodig was. “Maar waar vindt je die?” sprak Gerard vertwijfeld.
Het was weer even stil in de bestuurskamer, ieder met zijn eigen gedachten.
Tot Gerda plotseling uitriep: “onze hoofdsponsor!!!” “Hij bezit al die kwalificaties die Walter zojuist opsomde,” vulde zij enthousiast aan. “Slecht voorstel, die man maakt mij het leven al zuur met dat gezeur over zijn zoon.” Aldo Baan was duidelijk in zijn  mening over het voorstel van Gerda, “Daar kun je toch overheen stappen,” probeerde zij.
Maar Aldo bleef bij zijn mening. 
“We laten het voor nu even rusten, maar komen er op terug,” reageerde Walter verstandig om de boel niet nu te laten escaleren.
Aldo verliet de kamer en mompelde: “in ieder geval bedankt voor het aanhoren van mijn probleem en het meedenken over oplossingen.”
Toen de trainer vertrokken was besloot Walter de vergadering te sluiten, maar had nog één nabrander.
“We blijven nog 10 minuten zitten. Terwijl we het zojuist over Sjoerd  hadden kreeg ik spontaan een ingeving hoe we ons inbraakprobleem kunnen oplossen zonder de politie in te schakelen.” De voorzitter glimlachte toen hij de verbaasde gezichten zag van Gerard en Gerda. Terwijl beiden weer plaatsnamen nam Walter het woord. “Ik mag wel zeggen een geniale ingeving, simpel in al zijn eenvoud.”
En hij begon.