Uitgaan & Cultuur

Ontdek mooiste plekjes in centrum van Oldenzaal

OLDENZAAL -  Jan Schwering is een wandelend geschiedenisboek. Hij werkt al zeven jaar vrijwillig als torengids in de Plechelmus, maar sinds een aantal jaren doet hij ook stadswandelingen. Als geboren en getogen Oldenzaler praat hij met passie over de geschiedenis van zijn stad. En er is genoeg te vertellen. Wist je bijvoorbeeld dat het stratenpatroon sinds 1600 nauwelijks veranderd is?

De wandeling wordt gestart bij de Plechelmus, waar hij uitleg geeft over de vele kruisjes die het plein rijk is. Na 850 na Chr., toen het Frankische rijk van Karel de Grote hier voet aan de grond kreeg, werden de inwoners van de stad op het plein rond de kerk begraven. Dat waren er gemiddeld dertig per jaar.

Pas in 1806 bepaalde Napoleon dat de inwoners op een kerkhof buiten de stad begraven moesten worden. Dat betekent dat er zo’n 30.000 mensen op het plein begraven zijn. “En die mensen liggen er nog steeds”, zegt Jan. Ter herinnering hieraan werden in de bestrating 30.000 klinkers voorzien van een kruis. Ook over de kerk kan hij tot in detail vertellen. Zo zijn er twee zonnewijzers en een kogel te vinden en blijken de muren niet overal even dik omdat er later stukken aangebouwd zijn. 

Er valt zoveel te ontdekken. Daarom is het echt leuk om eens bewust in het stadscentrum rond te wandelen, met of zonder gids. “Je kan de wandeling ook gewoon doen aan de hand van de zwarte wegwijzerborden (zie foto)”, laat Jan weten. “Dan begin je de route bij de oude pomp. En als je er uitleg bij wilt hebben, kan je bij Tourist Info of via hun webshop (www.uitinoldenzaal.nl) voor € 3,50 een mooi boekje kopen met een kaart, foto’s van vroeger en extra verhalen.”

Wandelen met een gids is echt een aanrader. Jan vertelt bijvoorbeeld dat het oude stadhuis eerst twee verdiepingen hoger was. Door slecht onderhoud (dat vonden ze in die tijd niet zo belangrijk) waaide het bovenste deel er tijdens een storm af, waardoor ze er in de lengte maar een stuk aan gebouwd hebben om de ruimte te vergroten. Ook is het stadswapen van Oldenzaal op dit gebouw te vinden. En het is maar de vraag of we er ooit met zekerheid achter gaan komen wie de persoon links op het wapen is. Het kan Sint Maarten zijn, of is het toch Sint Plechelmus? Het hangt helemaal af van de stand van de staf. Alleen staat de heilige op verschillende historische afbeeldingen soms met de staf naar binnen en de andere keer weer met de staf naar buiten. 

En de Marktsteen op de Groote Markt lag ook niet altijd op deze plek. Tussen 1860 en 1992 lag deze ergens anders, omdat hij onder meer het verkeer zou belemmeren. In de jaren zestig hebben de Oelewappers de 7820 kilo zware steen zelfs een keer gestolen als carnavalsgrap, door hem voor de deur van café De Kei in de Lyceumstraat te leggen. Op de Groote Markt weet Jan van alles te vertellen over de oude gebouwen. Het hele rijtje naast Markant is in de nacht van vrijdag 12 op zaterdag 13 juli in 1901 verloren gegaan bij een grote brand. Daarom is de bebouwing aan deze kant van de Markt veel moderner dan aan de overzijde. Hoewel ook daar de gevels er niet meer precies uitzien zoals vroeger. Gelukkig zijn veel oude details, zoals de middeleeuwse sluitsteen boven de deur van Ter Stege, bewaard gebleven en hergebruikt. 

Aan de achterzijde van Las Carretas is nog ‘vakwerk’ te zien. Dit is een bepaalde bouwstijl waarbij horizontale en verticale balken in de muur verbonden werden met pinnen. Hierdoor ontstonden lege vierkanten, die werden gevuld met gevlochten wilgentakken. Daarna werd het vlechtwerk ingesmeerd met leem en koeienmest, want dat plakte zo lekker. Voor de fundering van gebouwen gebruikten ze vaak Bentheimersteen. In de Monnikstraat staat een stadsboerderij waarbij zowel de fundering als het vakwerk goed te zien zijn. Het gebouw ziet er ouder uit dan het in werkelijkheid is, maar dat mag de pret niet drukken.

Het Palthehuis en het Racerhuis worden uiteraard ook niet overgeslagen. In de straat waar deze woningen aan liggen, woonden vroeger alleen rijke protestanten.

Het Palthehuis dateert ongeveer uit 1640. De laatste bewoonster, mejuffrouw Giulia Palthe, schonk het gebouw aan de gemeente met het verzoek er een museum van te maken. Haar geld is mede gebruikt om, samen met Gelderman van de textielfabriek, de Hofkerk te laten bouwen. 

Ook de herdenkingstuin is interessant. Op het herdenkingsmonument verrijst de feniks uit de as en er wordt aandacht geschonken aan de Sinti en de vele overleden Joden die Oldenzaal voor de oorlog rijk was. Bijna niemand kwam terug van de transporten, wat er zelfs toe geleid heeft dat de synagoge na de oorlog afgebroken werd omdat hij niet meer nodig was. Op die plaats is het nieuwe stadhuis gebouwd.

Zoals je ziet zit de stad vol verrassingen die je vast nog niet allemaal weet. Nu zijn de stadswandelingen met gids door de huidige coronabeperkingen helaas nog even niet mogelijk, maar het is echt een aanrader om de stad eens een keer onder de loep te nemen.

Op iedere maandag t/m zaterdag om 13.00 uur wordt deze gelopen onder begeleiding van een gids (nu dus nog even niet, maar hopelijk is het snel weer mogelijk). Kaarten voor deze rondleiding kan je dan kopen bij de Tourist Info à € 4,95 p.p. (€ 2,95 p.p. voor kinderen t/m 14 jaar). Zorg dat je uiterlijk een uur van tevoren bent aangemeld. Dit kan zowel bij de Tourist Info als telefonisch: 0541-514023. De wandeling duurt ongeveer een uur en start op het Plechelmusplein, bij de toren van de Sint Plechelmusbasiliek.