Uitgaan & Cultuur

Dichteres Els Olde Monnickhoff: “Er zit muziek in een goed gedicht”

OLDENZAAL - Samen met Marian Veld voorzag ze de Glimlach inmiddels van vele gedichten. Els Olde Monnickhoff haar leven staat in het teken van taal en muziek. En wat haar betreft zit er letterlijk muziek in een gedicht.

Els Olde Monnickhoff is voor velen een bekend gezicht in Oldenzaal. Met haar man Frans is ze al twintig jaar vrijwilliger bij Stadstheater De Bond, ze zingt in koor ‘De Potters’, heeft twee dichtbundels uitgegeven (waaronder ‘Eenzame sokken’) en won drie keer een prijs in de Willem Wilmink dichtwedstrijd. Els heeft jarenlang in het taalonderwijs gewerkt en ze is nu docente van een club van Oldenzaalse amateurdichters. Els: “Ik speel in de club niet de schooljuf hoor, dat heb ik lang genoeg gedaan. Ik benader de leden altijd positief. Iedereen heeft zijn eigen manier van schrijven. Ik geef aanwijzingen maar laat mensen in hun waarde.” Marian Veld is  ook bij de club aangesloten. Els: “Zij is vaak gastvrouw en zij ontvangt ons heel gastvrij met een broodje en lekkers bij de koffie en thee.”

Els: “Ik ben na de PABO begonnen als juf aan een basisschool, de Bernadetteschool, nu de Leemstee. Toen ik moeder werd was het op de basisschool einde oefening, dat ging zo in die tijd. Ik ben toen bij het ROC les gaan geven in het kader van alfabetisering en sociale vaardigheden, dat heet Volwassenen Educatie. Ik gaf Nederlands, Engels, Duits, poëzie en sociale vaardigheden. Vooral de poëzie trok me en daar kon ik me binnen het ROC in Hengelo op gaan richten. In 1997, na 20 jaar, wilde ik wel wat dichter bij huis gaan werken en kwam ik in het taalonderwijs van het ROC aan de Steenstraat terecht,  gericht op volwassenen, veelal anderstaligen.” Els is vijf jaar geleden gepensioneerd.

Els heeft voorkeur om gedichten te schrijven. Els: “Bij proza mis ik het gevoel, gedichten komen rechtstreeks uit het hart”. Wat moet een goed gedicht in zich hebben? Els: “Da’s een goede vraag. Een gedicht moet goed lopen, het mag niet wringen. Er moet één onderwerp inzitten en een pointe, een ontlading, in de tekst zitten. Het moet niet  rijmen om het rijmen. De gebruikte taal moet bloemrijk zijn. En er moet muziek in de tekst zitten. Noem het ritme of metrum.

Voor mijzelf is mijn man Frans het klankbord, hij ziet meteen waar de schoen wringt.”

Muziek is naast taal een belangrijke uitingsvorm voor Els. Els: “Dat begon al in het kerkkoor van de Mariakerk. Ik ben een beetje nazaat van de familie Borghuis. Mijn moeder was oom-zegger van Toon Borghuis en een nichtje van Karel. Ik ben zelf geboren als Els Teussink en die naam is ook onlosmakelijk met muziek verbonden. Ik heb het in mijn DNA zitten, kun je wel zeggen!”

Hoe gaat het dichten bij jou, met de pen of op de PC? Els: “Nee, altijd met pen en papier. De pen is de tong van de geest, heb ik ergens gelezen. Daar zit wat in.”  

Wat is je inspiratie? Els: “O, dat kunnen diverse dingen zijn. De schoonheid en de rust van de natuur bijvoorbeeld. Maar ik wil soms ook om een tegengeluid geven. Ik houd niet van schreeuwers en vaak zie ik dat die onevenredig veel aandacht claimen en krijgen. Ik vind het dan mooi om de ingetogen kracht van een gedicht daar tegenover te zetten.”  

In deze krant staat een gedicht van Els afgedrukt. Els: “Dat is een bijzondere versvorm, een Ollebolleke (dubbele dactylus, red.), bedacht door Drs. P. Die hield van strakke vormen, je moet echt puzzelen met woorden om het passend te maken.”

Uw reactie